Zelfisolatie Enkytown (3)

dinsdag 31 maart 2020
Zelfisolatie Enkytown (3)

30 maart 2020

In 1973 was ik 14 jaar en hadden we thuis de VPRO gids. Die heette toen nog Vrije Geluiden. Ook de achterkant van de wikkels die er omheen zaten, werden gebruikt. Op een van deze wikkels stond het gedicht Pluk de Dag van Cees Buddingh uit 1967.
 
 
30 mrt pluk de dag

 

Dit trof mij als een bliksemschicht. Dat iets uit de vierkante meter om je heen, je meest directe omgeving, je zo kan verwonderen, dat je daar iets van maakt, dat had ik nog nooit zo duidelijk onder ogen gehad. De intimiteit van alledag als inspiratiebron. Dat dat mag bestaan. En dat het dan zo mooi is, dat het gepubliceerd wordt. Misschien zag ik toen voor mijzelf wel een toekomst, heel stiekem. Ik werd er in ieder geval heel erg blij van. De wikkel met het gedicht heb ik altijd bewaard. Ik word er ook nu nog vrolijk van en het zegt me nog steeds: "Kijk goed om je heen, de schoonheid ligt voor het oprapen mits je het wilt en kunt zien."

Zo kom ik bij mijn volgende lievelingsgedicht, dat is van K.Schippers

Bij Loosdrecht

Als dit Ierland was
Zou ik beter kijken.

 

Mijn stemming van vandaag:

30 mrt sieraad Boom, hanger, 1991

Sinds ik als zelfstandig vormgever/kunstenaar werkzaam ben, vind ik niets fijner dan aan het werk zijn in de beslotenheid van mijn atelier, dat aan huis is. Maar nu is er iets vreemds aan de hand. Vanaf het moment dat ik gedwongen door de situatie thuis werk, in feite niet anders dan normaal, ben ik volledig verlamt en kom ik nergens toe. De explosie die ik om mij heen zie aan initiatieven, digitale kettingbrieven en hulpacties, versterken dit nog. Een produktie- en prestatiedrang die ik wel begrijp maar zelf niet kan opbrengen. 

Waar haalde ik het ook al weer vandaan, de zin en de lust om te maken?

Een aanrader dan maar die hier bij aan sluit. 

30 mrt alleen op een eiland

https://www.onlinebibliotheek.nl/luisterbieb

Twee schrijvers die ieder een week, alleen op Rottermerplaat verblijven. Terwijl Jan Wolkers piemelnaakt over het eiland struint, vogels opvangt en zelf zijn eten bij elkaar sprokkelt, kwijnt Godfried Bomans steeds verder weg. Jan Wolkers bakt zijn zelf geplukte zeeandijvie in de boter en smult ervan. Bomans is steeds misselijk en krijgt geen hap van meegebrachte voedselpakketten door zijn keel.  Hij wacht en is blij als het over is.